Chirurgie is bij CMT zelden de eerste stap en nooit een genezing. Ze wordt overwogen wanneer de vervorming vastzit, de pijn blijft, de enkel telkens omslaat, of wanneer er steeds opnieuw drukwonden ontstaan op dezelfde plek.
Wat een operatie wél kan doen
Het doel is een voet die vlak op de grond staat, stabiel is en in een schoen of orthese past. Dat klinkt bescheiden, maar het is precies wat pijn wegneemt en vallen vermindert.
Veelgebruikte ingrepen
- Peesverplaatsingen — een pees die nog kracht heeft, wordt verplaatst om een verzwakte functie over te nemen, bijvoorbeeld om het optillen van de voet te ondersteunen.
- Osteotomie — het doorzagen en herrichten van een bot, meestal de hiel, om de stand van de voet te corrigeren.
- Vrijmaken van de voetzool — het losmaken van de strakke peesplaat onder de voet bij een hoge boog.
- Tenencorrectie — rechtzetten of vastzetten van klauwtenen die op de bovenkant drukwonden geven.
- Artrodese — het vastzetten van een of meer gewrichten bij een vervorming die niet meer soepel te krijgen is. Dat kost beweeglijkheid, maar levert stabiliteit en pijnvermindering op.
Waar de timing over gaat
CMT gaat na de operatie verder. Een correctie die vandaag past bij je spierbalans, kan over jaren opnieuw scheeftrekken. Chirurgen kiezen daarom vaak voor ingrepen die de balans herstellen in plaats van enkel de vorm, en soms voor een vroegere ingreep bij een nog soepele voet in plaats van te wachten tot alles vastzit.
Vragen die je best stelt
- Wat is het doel: minder pijn, beter passende schoenen, stabieler stappen?
- Hoe lang duurt de immobilisatie en de revalidatie, en wat kan ik in die periode niet?
- Heb ik daarna nog een orthese nodig? (Vaak wel — de operatie corrigeert de stand, niet de zwakte.)
- Hoeveel CMT-voeten opereert u per jaar?
Laat de beslissing bij voorkeur nemen door een voet- en enkelchirurg met ervaring in neuromusculaire voeten, in overleg met je neuromusculair referentiecentrum.